slangen

Algemene informatie over slangen

Slangen kennen een bijzondere vorm van voortplanting. De meeste slangen zijn eierleggend, maar een aantal soorten is eierlevendbarend, wat wil zeggen dat de jongen direct ter wereld komen. Pythons hebben bovendien als bijzonderheid dat de vrouwtjes de eieren “uitbroeden” door zich eromheen te kronkelen.

De zintuigen zijn heel belangrijk voor roofdieren zoals slangen. Ze nemen waar met hun ogen, maar kunnen niet zo goed zien. Er zijn enkele uitzonderingen die ‘s nachts jagen, te herkennen aan de relatief grote ogen.

Slangen hebben geen uitwendige ooropeningen en kunnen niet horen. Met het binnenoor kunnen zij wel trillingen in de bodem opmerken.

Het belangrijkste zintuig van de slang is de reukzin. Hij ruikt evenwel niet met de neus, maar met zijn typische gespleten tong. De slang “kwispelt” met zijn tong om zo meer geurdeeltjes op te vangen, wat tongelen wordt genoemd. Prooi? Vijand? Soortgenoot? Dankzij het orgaan van Jacobson wordt het onderscheid gemaakt.

Een zesde zintuig … Sommige slangensoorten (pythons, ratelslangen …) hebben een rij groeven met warmetereceptoren aan de lip. Hierdoor kunnen zij ‘s nachts jagen op warmbloedige prooien (vogels, zoogdieren …).

Houd het hoofd koel, zet je zintuigen op scherp en kom naar Île aux Pythons, het eiland van de pythons …

SNAKES AANWEZIG IN DE RESERVE

Dwerganaconda - Eugène

Anaconda - Roger

Tijgerpython - Kaa

Netpython - Salem